Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarin heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij!' (Micha 6:3)
Een vraag die de eeuwen door werd gesteld in een merkwaardig gebed dat altijd op goede vrijdag in de kerk werd gebeden. De ‘Improperia’, letterlijk ‘verwijten’. Gods verwijt naar de mensen. Het is ook het gevaarlijkste en meest omstreden gebed uit de paasliturgie geworden, omdat het één van de soort teksten was die de haat tussen Joden en christenen aanwakkerde en vaak aanzette tot moord en agressie tegen Joden.
Daarom bidden we het maar liever niet meer. Vanwege die omstredenheid, maar misschien ook wel omdat we ons er ongemakkelijk bij voelen. En zo snoeren we eigenlijk ook God de mond. God moet die vraag maar niet aan ons stellen. Dan hoeven we er ook geen antwoord op te geven. En dan voelen we ook niet dat ongemak.
Of durf ik me persoonlijk door God te laten aanspreken? Dan is het niet meer een vraag aan een volk, maar dan wordt dit gebed ineens een vraag aan mezelf. Jan, wat heb ik je gedaan of waarin heb ik je bedroefd, antwoord Mij! Dan moet ik stil staan bij een indringende vraag. Wat heb jij tegen God, terwijl Hij toch voor je zorgt en jou van Zijn liefde wil geven? Vragen die me naar mezelf laten kijken, die me misschien wel meenemen naar de meest duistere plekken van mijn eigen bestaan. Dan wordt het onaangenaam. Waarom doe ik de dingen die ik doe?!
Hoe vaak heb ik mij ook niet schuldig gemaakt aan die kruisiging van Jezus. Door wat ik heb gedaan, gezegd of gedacht. Of door wat ik heb nagelaten. Door mee te gaan in de polarisatie en het egoïsme van vandaag, Door niet de naaste te zijn van de mensen die een beroep doen op mijn menselijkheid. Ongeacht kleur, ras of afkomst. Door stil te zijn als ik wat had moeten zeggen. Hoe vaak en waarom heb ik me laten meeslepen in een roepende menigte en draag ook ik als mens medeschuld. Als God mij die vraag stelt, dan rest me niets anders dan terug te stamelen en te stotteren: Heilige God, heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, Ontferm U over mij.
Mijn volk, wat heb Ik u misdaan? Daarmee kunnen ook wij worden aangesproken. Maar dan niet in de zin van een uitverkoren volk, een select gezelschap. Maar ‘wij’, als mensen op aarde, kerkmensen, gelovigen, mensen die zich christen noemen, mensen die helemaal niets van het geloof willen weten, die het bestaan van God ontkennen. Mensen van wie God houdt.
God heeft voor ons het antwoord gegeven op die eeuwige waaromvraag. Deze lijdensweek maakt de diepte van zijn liefde voor ons mensen opnieuw zichtbaar. Dat mag ons moed geven om door te gaan, verder de week in en verder met dit verhaal. Want het verhaal is na Goede Vrijdag niet afgelopen. Dan begint het pas!